Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 215003 / HA ZA 10-1620)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
Ik heb met [vertegenwoordiger Tresfort 2] afgesproken dat er vrijdag getekend zou worden. Dat is wat ik begrepen had.
op papier.’
Nog even voor de goede orde:
e betaling van deze fee zal plaatsvinden bij het tekenen van de definitieve koopovereenkomst, dan wel bij het passeren van de notariële akten.”,en Manager heeft wat dit betreft niet, in elk geval niet voldoende onderbouwd, aangevoerd dat partijen een van art. 7:426 lid 1 BW Pro afwijkende regeling zijn overeengekomen. Dit betekent dat de vordering van Tresfort toewijsbaar is, tenzij de overeenkomst tussen Tresfort en Manager bijvoorbeeld is ontbonden op grond van wanprestatie of als deze twee partijen anderszins zijn overeengekomen dat het honorarium niet is verschuldigd.
“(…) de enormiteit van die consequentie absoluut niet te hebben gerealiseerd“. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, impliceert dit echter niet dat Tresfort daarmee afzag van haar honorarium. [advocaat] schrijft verder in die verklaring dat [vertegenwoordiger Manager] aan [vertegenwoordiger Tresfort 2] heeft verzocht om tussen te komen en [kandidaat] te overtuigen zich uit de koopovereenkomst terug te trekken. Ook daaruit valt niet af te leiden dat Tresfort afzag van haar honorarium, en evenmin blijkt dit uit de opmerking van [advocaat] dat de bespreking in een hele vriendelijke en open sfeer verliep en dat deze werd bezegeld met handdrukken. Concrete aan Tresfort toe te rekenen feiten op grond waarvan Manager mocht menen dat dit gestelde einde van de koopovereenkomst ook met zich bracht dat zij niet langer het honorarium aan Tresfort was verschuldigd, leest het hof niet in de verklaring van [advocaat] . Het hof wijst er hierbij met name op dat in die verklaring niet valt te lezen dat gesproken is over eventuele implicaties die het einde van de koopovereenkomst mogelijk zou hebben voor de overeenkomst Tresfort – Manager. Zo houdt de verklaring van [advocaat] met name niet in dat aan de orde is geweest eventuele aansprakelijkheid van Tresfort jegens Manager wegens mogelijke wanprestatie. Daar waar de verklaring van [advocaat] wel inhoudt dat [vertegenwoordiger Manager] hem, [advocaat] , meedeelde dat [vertegenwoordiger Manager] “(…)
door [vertegenwoordiger Tresfort 2] was aangezet tot het aangaan van de overeenkomst met [kandidaat] , terwijl [vertegenwoordiger Tresfort 2] van de hoed en de rand wist (…). [vertegenwoordiger Tresfort 2] had op geen enkele wijze geattendeerd op de mogelijkheid dat [vertegenwoordiger Manager] en d.e. Manager jegens GWO Beheer al gebonden waren en zich niet uit de onderhandelingen konden terugtrekken”, is in die verklaring geen enkele aanwijzing te vinden over mogelijke gevolgen daarvan, zoals ontbinding van de overeenkomst wegens wanprestatie of aanzegging van verhaal van schade indien Manager mogelijk zou worden aangesproken door [kandidaat] of GWO Beheer. Kort gezegd: in elk geval uit de verklaring van [advocaat] blijkt niet dat tijdens het gesprek dat volgens hem zo beslecht was, Tresfort zich zodanig heeft gedragen dat daar voldoende duidelijk uit kon worden afgeleid dat zij afzag van haar honorarium.
met elkaar gesproken. Tijdens dit gesprek gaf [kandidaat] aan niet uit te zijn op een conflict en dat hij mij de ruimte wilde geven de onderhandelingen met GWS netjes af te ronden.
Het is een absoluut concept en bedoeld om jullie een idee te geven van hetgeen zoal besproken kan worden.”
ovk op hoofdlijnen” en als bijlage “
Garanties bij OVK”. Tevens is [vertegenwoordiger Tresfort 2] daarbij kennelijk toegezonden een e-mailbericht van M. Goyaerts, advocaat bij KGP advocaten en belastingadviseurs, verzonden 22 juli 2009, 17:34 uur, met als onderwerp “
ovk op hoofdlijnen” en inhoudende, voor zover hier van belang: