ECLI:NL:GHSHE:2015:2832
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- L.Th.L.G. Pellis
- J.H.Th. Veldman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van ruim €151.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest, en ook niet dat zij haar verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen.
In hoger beroep voerde verzoekster aan dat zij haar arbeidsovereenkomst niet lichtvaardig had beëindigd, maar onder druk van haar werkgever een beëindigingsovereenkomst had getekend. Zij stelde dat een deel van haar schulden was ontstaan tijdens haar huwelijk en dat haar financiële situatie inmiddels stabiel was. Ook ontkende zij psychische problemen, hoewel zij fibromyalgie heeft.
Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van haar schulden, onder meer vanwege een preferente belastingschuld die niet was onderbouwd als voldaan, het lichtvaardig beëindigen van haar dienstverband en het ontbreken van verificatie van diverse schulden. De stellingen over betaling van belastingschulden en andere schulden werden niet voldoende onderbouwd.
Gelet hierop voldeed verzoekster niet aan de cumulatieve vereisten van artikel 288 Faillissementswet Pro en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof liet de beoordeling van haar psychosociale gesteldheid en nakoming van verplichtingen achterwege omdat zij al niet voldeed aan het te goeder trouw criterium.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat verzoekster niet wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.