Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 8 juli 2014;
- het proces-verbaal van de enquête van 29 oktober 2014;
- het proces-verbaal van de contra-enquête van 28 januari 2015;
- de memorie na enquête van 10 maart 2015;
- de antwoordmemorie na enquête van 21 april 2015 [met producties en eiswijziging].
7.De verdere beoordeling
Er was de instructie om pallets te ruilen, het was de bedoeling dat er net zo veel pallets heen als terug gingen.”. [manager operations] verklaarde: “
Bij palletruil is het uitgangspunt dat evenveel lege pallets mee terug gaan als volle heen. Dat zijn niet dezelfde pallets, die moeten nog gelost worden. Het zijn andere pallets uit eerdere ladingen. De chauffeur heeft ook de opdracht om lege pallets mee terug te nemen.” [financial controller] verklaarde: “
Wij brachten vrachten van [appellante] geladen op pallets naar Italië, en die pallets moesten dan weer teruggaan naar [appellante].” [statutair directeur en bestuurder bij geintimeerde] tenslotte verklaarde: “
Het is gebruikelijk dat de ontvanger aan de chauffeur hetzelfde aantal lege pallets mee terug geeft als hij heeft ontvangen en in dezelfde staat.”. Uit al deze verklaringen komt het “ruilen” van pallets als een vanzelfsprekendheid naar voren. Ook blijkt hieruit, anders dan [geïntimeerde] subsidiair na enquête heeft aangevoerd, – in samenhang met de bewijsmiddelen waarover het hof bij tussenarrest reeds oordeelde – dat de verplichtingen van [geïntimeerde] in dit verband niet slechts een inspanningsverplichting inhielden om pallets mee terug te nemen, noch dat alleen die pallets behoefden te worden ingeleverd die feitelijk retour waren ontvangen.
7.5.3. Bij nadere bestudering van het dossier is het hof gebleken dat de email van 13 augustus 2008 (anders dan in r.o. 4.4.4. van het tussenarrest was vermeld) een interne email binnen de eigen organisatie van [geïntimeerde] was. Deze vergissing wordt hiermee geacht te zijn rechtgezet.
In Italië liepen de chauffeurs tegen problemen aan. Zo waren er klanten van [appellante] die tegen de chauffeur zeiden: ‘we doen niet aan palletruil, wegwezen’. (..) De chauffeurs hadden de instructie om niet met de klant in discussie te gaan. Zij belden dan met ons en wij belden met [appellante]. Wij meldden dan aan de planning van [appellante] dat er niet geruild was. Bij bepaalde grote distributiecentra van bouwmarkten gebeurde dit wel vaker. Ik noem bijvoorbeeld de [distributiecentrum]. Daar hadden wij wel vaker gedoe. Ik heb overigens nooit gemerkt dat [appellante] hierop actie heeft ondernomen. (..) Wij mochten van [appellante] niet bellen met de Italiaanse klanten als er (ruil)problemen waren geweest. Die discussie zou de verkoop van [appellante] wel met die klanten voeren.”
In Italië vervoerden wij veelvuldig naar winkels en distributiecentra van winkels. Het kwam vaak voor dat er geen pallets aanwezig waren om mee terug te nemen of dat men niet genegen was lege pallets mee terug te geven. Het is wel voorgekomen dat een chauffeur stapels pallets zag staan, maar niets mee terug kreeg. (..). Meestal koppelde de chauffeur iets dergelijks telefonisch terug naar onze planners, die dat dan weer doorgaven aan [appellante]. (..) [appellante] heeft tegen ons gezegd dat zij met onze opmerkingen aan de slag zouden gaan. Of dat ook gebeurd is weet ik niet, wij hebben geen relatie met de afnemer en ik ben er nooit bij geweest dat [appellante] met Italianen contact opnam. In ieder geval heb ik nooit verbeteringen gezien. (..) Je evalueert de stand en als het niet klopt probeer je dat recht te trekken. Voor ons was dat in die zin moeilijk dat wij tussen [appellante] en de afnemer in stonden. Wij waren afhankelijk van de medewerking van de Italianen. Wij konden alleen vragen om lege pallets, wij konden ze niet wegpakken. Naar mijn mening hebben wij voldaan aan onze verplichting om medewerking van de Italianen te vragen. Meer konden wij niet doen”
Meestal kwamen er echter geen lege pallets terug uit Italië omdat ze bij de ontvanger niet aanwezig waren of omdat we ze niet mee kregen.
Het belangrijkste punt was dat de pallets bij de ontvanger vaak op waren. Er komen meer vervoerders per dag, en als de pallets dan op zijn, dan krijg je niks. Wij vervoerden naar grote bouwmarkten in Italië, en dat zijn niet de gemakkelijkste ontvangers. (..) We hebben dit doorgegeven aan [appellante]. Dat deed de planning, ik niet. Ik ben wel diverse malen bij [appellante] geweest om er over te praten. We zouden een lijst van adressen krijgen, waar we pallets zouden kunnen ophalen, maar die heb ik nooit gezien. Verder zou [appellante] dit intern oplossen met de afdeling verkoop, zij moeten met de klant praten, wij niet.
Voor wat betreft de problemen bij de palletruil in Italië vertel ik u dat gedurende de samenwerking met [geïntimeerde] ik daar nooit iets over gehoord heb. (..) Ook bij die verlengingsonderhandelingen was palletruil in Italië geen thema. In september 2009 gingen wij meer drukken op het inleveren van pallets en toen hoorde ik voor het eerst over de ruilproblemen. Ik heb gelezen dat [statutair directeur en bestuurder bij geintimeerde] heeft verklaard dat [geïntimeerde] een lijst zou krijgen met adressen waar pallets zouden kunnen worden opgehaald. Dat kan niet. Wij zijn niet bij de ruil van pallets in Italië en wij kunnen zo’n lijst ook niet maken. [geïntimeerde] had inzicht in wat er in Italië gebeurde, wij zien dat niet. Dit is ook niet besproken.
Als de vrachtwagens bij ons terug waren controleerden wij alles en wij hielden per klant een Excel-sheet bij met daarop het aantal uitgegane en ingekomen pallets.”
: “Er wordt bijgehouden wat meegenomen wordt, dat schrijft de chauffeur op de CMR en laat dat tekenen door de ontvanger van de spullen. Als er geen pallets mee terug gaan, of minder, wordt dat ook door de chauffeur op de CMR gezet en door de ontvanger getekend (..) Als op de CMR stond aangetekend wat er was gebeurd, was er voor ons geen probleem, want dan was vastgelegd waar de pallets waren gebleven. (..) De CMR’s kwamen terug op het bedrijf en één exemplaar daarvan stuurden wij met de factuur aan [appellante]. Contractueel was afgesproken dat [appellante] de palletstanden zou bijhouden en dat wij een of twee keer per jaar de eindstanden zouden doorspreken. Ik ging er vanuit dat zij dat ook deden, dat konden zij doen met de informatie uit de CMR’s die wij hadden gestuurd. Het aantal pallets dat wij in Italië achterlieten stond vast, dat had [appellante] zelf op de vrachtbrief gezet. Het aantal lege pallets dat de chauffeur mee terug nam moest door hem worden vermeld. Dat gebeurde dus handmatig en het kan wel zijn dat dat niet altijd helemaal klopte. Dat weet ik niet. Ik kan dat niet controleren maar ik weet dat we heel veel CMR’s hebben teruggekregen waarop alles netjes stond ingevuld. Ik weet niet of [geïntimeerde] een eigen administratie bijhield.”
Als de CMR’s binnenkwamen werden ze met de factuur naar [appellante] gestuurd, op die manier informeerden wij [appellante] over het verloop van de palletstand. Ik hield niet zelf bij hoeveel pallets er terug kwamen.”
[appellante] moest zelf de registratie van de pallets bijhouden en ons daarover inlichten, dat stond in het contract. Voor het binnenland en Duitsland stuurden ze ons regelmatig overzichten toe, maar voor Italië niet. We hebben daar ook niet om gevraagd. We stuurden alle informatie naar [appellante], maar als we geen pallets kunnen ruilen omdat daar niets is, valt er ook niks te registreren”.
Wij tellen op wat is ingeleverd en zetten dat op een lijst. Daarna maken wij een verzamelblad zoals productie 23 waarover wij net spraken. Wij hebben op enig moment geconstateerd dat [geïntimeerde] geen lege pallets terug leverde. Ik heb ook geen initiatieven bij [geïntimeerde] bemerkt om dat wel te doen. Op enig moment toen ons tegoed aan pallets bij [geïntimeerde] erg opliep hebben wij daarvan aan [geïntimeerde] opgave gedaan. Ik weet niet of wij eerder ook opgave hebben gedaan.”
Wij gingen daar dus structureel rekening mee houden. Wij leden omzetverlies vanwege de minder scherpe planning. (..) Als wij concludeerden dat het te zwaar was, haalden wij een aantal zware pallets uit zo’n rit. Voor die pallets moesten we dan ander transport regelen want de overeengekomen losdatum moest wel gehaald worden. Zo’n partij ging dan of met eigen auto of we regelden een andere vervoerder. Dit gebeurde hoofdzakelijk bij auto’s van [appellante]”.
Wij hebben continu aan [appellante] aangegeven dat hun pallets gemiddeld te zwaar waren en dat wij daardoor schade leden (we moesten auto’s anders indelen, het was meer werk voor ons, en soms hadden we ook meer auto’s nodig). Dit is een van de redenen dat de relatie met [appellante] is beëindigd.”
Per klant hebben wij een gemiddeld prijsniveau per pallet berekend. Niet iedere klant heeft hetzelfde prijsniveau. Dus bij deelladingen (als er van verschillende klanten ladingen in een vrachtwagen gingen) pakten we het gemiddelde om de schade te berekenen. Omdat we een computersysteem hadden waar alle orders in staan konden we achteraf een schadeoverzicht produceren. Schema, productie HB6 is niet door mij gemaakt omdat ik niet meer bij [geïntimeerde] werk.”
Wij hebben hierdoor schade geleden want als je meer auto’s moet laten rijden voor hetzelfde aantal pallets, krijg je daardoor extra kosten.”