Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Cremers;
- de moeder, bijgestaan door mr. Ligtelijn-Huisman;
- de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad].
- de processen-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 28 juni 2013 en 19 februari 2014;
- het door [de zoon] ondertekende Formulier bij kinderverhoor, ingekomen ter griffie van het hof op 4 september 2014;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie van het hof op 14 november 2014.
3.De beoordeling
- [de dochter] ([de dochter]) , op [geboortedatum] 1996, te [geboorteplaats],
- [de zoon] ([de zoon]), op [geboortedatum] 1998, te [geboorteplaats].
- [de zoon] verblijft de zomervakantie drie weken bij de ene ouder en drie weken bij de andere ouder, data te bepalen in onderling overleg;
- [de zoon] verblijft op Vaderdag en de verjaardag van de vader bij de vader en op Moederdag en de verjaardag van de moeder bij de moeder;
- de kerstvakantie en daarin vallende feestdagen dienen in onderling overleg bij helfte te worden verdeeld;
- de overige vakanties zullen worden ingedeeld zoals ze in het weekrooster vallen.