Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn in 1999 gehuwd en hebben een zoon geboren in 2003. Na echtscheiding in 2007 oefenden zij gezamenlijk gezag uit. De moeder verzocht in eerste aanleg het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag aan haar toe te wijzen wegens gewijzigde omstandigheden. De rechtbank besloot dit en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De vader kwam in hoger beroep en voerde aan dat de moeder communicatie tussen partijen blokkeert en dat het klem- en verloren criterium niet van toepassing is. Hij stelde dat hij bereid was tot contact en dat de moeder onvoldoende onderbouwde noodzaak voor wijziging gaf. De moeder stelde dat de relatie ernstig verstoord is, met angst voor de vader vanwege strafbare feiten uit het verleden, en dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag te beëindigen. Het hof oordeelde dat de ouders niet in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening, dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de zoon klem of verloren raakt, en dat verbetering niet binnen afzienbare tijd te verwachten is. Het verzoek van de vader om aanhouding voor hulpverlening werd afgewezen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit de moeder het alleen gezag over de zoon toe te wijzen wegens ernstig verstoorde relatie en risico op klem of verloren raken van het kind.