Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheft van het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter, die sinds 2012 onder toezicht staat en in een gezinshuis verblijft.
De moeder betwist de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en voert aan dat haar dochter haar gewone verblijfplaats in België heeft. Het hof oordeelt echter dat de gewone verblijfplaats van de dochter ten tijde van het verzoek in Nederland was, gelet op haar verblijf in een gezinshuis, schoolbezoek en hulpverlening in Nederland.
Het hof past Nederlands recht toe en stelt vast dat de moeder ongeschikt is om haar opvoedplicht te vervullen. De emotionele onbeschikbaarheid en het gebrek aan pedagogische vaardigheden maken een ontheffing van het gezag noodzakelijk, waarbij het belang van het kind voorop staat. De huidige detentie van de moeder is niet de reden voor ontheffing.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en verzoekt om registratie in het centraal gezagsregister.
Uitkomst: De ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar dochter wordt bekrachtigd.