ECLI:NL:GHSHE:2015:2093
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in leerplichtzaak met toepassing rechterlijk pardon
De verdachte werd in eerste aanleg ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in en vorderde een voorwaardelijke geldboete of vervangende hechtenis. Het hof stelde vast dat de verdachte als gezagsdrager niet had voldaan aan de leerplichtverplichting voor zijn zoon, die ingeschreven stond op de Montessorischool.
De verdachte bekende het feit en voerde overmacht aan wegens een noodtoestand, omdat hij zijn zoon individueel wilde onderwijzen vanwege leerproblemen en een afwijzing van leerlinggebonden financiering. Het hof oordeelde dat er geen actuele concrete noodtoestand was en dat alternatieven niet voldoende waren onderzocht. De persoonlijke opvatting van de verdachte en zijn echtgenote was onvoldoende om strafuitsluiting te rechtvaardigen.
Hoewel het hof de strafbaarheid bevestigde, achtte het de omstandigheden waaronder het delict werd gepleegd zodanig dat toepassing van het rechterlijk pardon passend was. Daarom werd het vonnis van de kantonrechter vernietigd, het bewezen verklaarde bevestigd, maar geen straf of maatregel opgelegd.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan overtreding leerplichtwet, maar geen straf opgelegd door toepassing rechterlijk pardon.