Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3685306 CV EXPL 14-12993)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties en een eiswijziging;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- de akte uitlaten in incidenteel hoger beroep van Paraat.
3.De beoordeling
Het is de werknemer, zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de werkgever, verboden binnen een tijdvak van 1 jaar na beëindiging der dienstbetrekking binnen een kring met [het adres] te [vestigingsplaats] als middelpunt en met een straal van 25 km, in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever en/of met haar gelieerde ondernemingen te vestigen, te drijven, mede te drijven, of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang te hebben, direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin enig aandeel van welke aard ook te hebben.
Voorts is het de werknemer verboden om gedurende een periode van 2 jaar na beëindiging van het dienstverband, in dienst te treden bij, direct of indirect in welke vorm dan ook telefonisch of schriftelijk contact te onderhouden, bezoeken af te leggen, onderhandelingen te voeren, zaken te doen etc., met oude en/of bestaande relaties van werkgever en/of met haar gelieerde ondernemingen.
Onder “oude en bestaande relaties” worden in elk geval verstaan al die relaties waarmee de werkgever in de loop van 2 jaar voorafgaande aan het einde van het dienstverband zakelijke overeenkomsten heeft gesloten en/of onderhandelingen heeft gevoerd. Voorts vallen onder dit begrip alle relaties aan wie in de loop van 2 jaar voorafgaande aan het einde van het dienstverband offertes zijn uitgebracht en/of relatiegeschenken zijn verstuurd, alsmede alle (ex-)werknemers van werkgever en/of met haar gelieerde ondernemingen.
Bij overtreding van het in de voorgaande leden bepaalde is de in artikel 13 neergelegde Pro boeteclausule van toepassing.
ni’ gezien de vordering van Paraat, zie r.o. 3.8.] 2016 met een maximum van € 50.000,--. De vordering van Paraat met betrekking tot het non-concurrentiebeding werd afgewezen.