Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De rechtbank had het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader vastgesteld en het gezag aan hem toegekend, terwijl de moeder dit in hoger beroep betwistte en verzocht om verhuizing van de kinderen naar Duitsland.
Het hof stelt vast dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem raken tussen de ouders bij voortzetting van het gezamenlijk gezag, mede door de loyaliteitsproblemen veroorzaakt door de moeder. De vader wordt als meer in staat gezien om de kinderen een onbelast contact met de andere ouder te bieden.
De verzoeken van de moeder tot wijziging van het hoofdverblijf en verhuizing worden niet toegewezen omdat het gezag aan de vader wordt toegekend. Een contra-expertise naar opvoedingsvaardigheden acht het hof niet in het belang van de kinderen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2014 en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst het verzoek tot verhuizing van de kinderen naar Duitsland af.