Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Geuze;
- de stichting, vertegenwoordig door mevrouw [vertegenwoordiger 1 van de stichting] en
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 november 2014, waarin zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn twee kinderen werd afgewezen. De kinderen zijn sinds 2008 uit huis geplaatst en verblijven in een behandelgroep. De moeder is ontheven van het ouderlijk gezag en de stichting is benoemd tot voogd.
De vader betoogt dat hij in een stabiele levensfase verkeert en meer contact met zijn kinderen wil om een warme ouder-kindrelatie op te bouwen. De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat een beperkte omgangsregeling voldoende is gezien het perspectief van langdurige uithuisplaatsing en de problematiek van de kinderen, waaronder ontwikkelingsstoornissen en een moeilijk temperament.
Het hof overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat uitbreiding van het contact niet in het belang van de kinderen is. De vader beschikt niet over de benodigde opvoedingsvaardigheden en inzicht in de problematiek, en een langere omgangsduur zou de relatie belasten. Ook het spanningsveld tussen vader en moeder speelt een rol. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikking en wijst het verzoek van de vader tot uitbreiding van de omgangsregeling af.