Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- voornoemde dagvaardingen van 4 en 11 maart 2013;
- een memorie van grieven, waarbij producties zijn overgelegd;
- een memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak draait het om een geschil tussen drie aandeelhouders van Multi Purpose Cable Solutions B.V. (MPCS), die elk een derde van de aandelen bezitten en tevens statutair bestuurder zijn. Appellant richtte een nieuwe vennootschap op, Cable Solutions B.V., met soortgelijke activiteiten als MPCS. Na mededeling van deze oprichting werd appellant de toegang tot het bedrijfsgebouw van MPCS ontzegd.
Appellant vorderde in eerste aanleg dat de andere aandeelhouders zijn aandelen in MPCS zouden overnemen op grond van art. 2:343 BW Pro. De rechtbank wees deze vordering af omdat geen rechten van appellant als aandeelhouder waren geschonden. Appellant ging in hoger beroep en stelde vier grieven voor, waaronder de vraag of het hof bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep gezien de wetswijzigingen per 1 januari 2013.
Het hof constateert dat de procedure in eerste aanleg plaatsvond onder het oude recht, waarbij hoger beroep uitsluitend mogelijk was bij de ondernemingskamer te Amsterdam. Het hoger beroep werd echter ingesteld na inwerkingtreding van het nieuwe recht, dat afwijkingen in statuten of overeenkomsten toestaat. Partijen hebben zich hierover niet uitgelaten, zodat het hof hen in de gelegenheid stelt zich hierover schriftelijk uit te laten. De beslissing wordt aangehouden totdat partijen hun standpunt hebben gegeven.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de bevoegdheid van het hof in hoger beroep ex art. 2:343 BW.