Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 884931 CV EXPL 13-2490)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- de memorie van antwoord met vijf producties;
- de akte uitlating producties van [appellant] d.d. 4 november 2014;
- de akte inbrenging productie van Imago d.d. 4 november 2014;
- de antwoordakte van Imago d.d. 2 december 2014;
- de antwoordakte van [appellant] d.d. 2 december 2014.
3.De beoordeling
“Hij zat in te toetsen.”Ook verklaart [medewerker Sligro]
“Verder trof ik hem in de auto aan op een moment dat eigenlijk tussen de gebruikelijke ochtend pauze en de middagpauze in ligt. De gebruikelijke ochtend pauze is van 09.00 tot 09:15 uur of van 09:15 tot 09:30 uur.
“Wij hebben altijd een kwartier pauze tussen 09:00 uur en 09:30 uur. Soms gaan we om 09:00uur, soms om 09:15 uur. Dat hangt ervan af hoe druk het is. (…) Op 24 september 2012 hebben we de pauze ook tussen 09:00 uur en 09:30 uur genomen. De volgende pauze was om 12:00 uur. De heer [appellant] was tussen de pauzes altijd vaak weg van het werk. Dan ging hij bellen. Dat weet ik omdat dan zijn telefoon af ging en dan ging hij weg. Op 24 september heeft de heer [appellant] ook buiten de pauzes gebeld.”
De enige die zijn mobiel aan heeft staan is de leidinggevende ook deze dient de privé gesprekken tot een minimum te beperken”,van het reglement mobiele telefoon (hiervoor onder 3.1 d) blijkt dat het [appellant] als leidinggevende was toegestaan voor zijn werk te telefoneren en dat wanneer zou worden aangenomen dat [appellant] buiten de pauzes heeft staan bellen, hij dat ongetwijfeld heeft gedaan ten behoeve van de werkzaamheden van Imago. Bewijs dat [appellant] anders dan voor zijn werk heeft gebeld is niet geleverd en kan anders dan de rechtbank heeft overwogen, r.o.2.5., niet worden afgeleid uit de omstandigheid dat [appellant] (buiten de pauzes) telefonerend is aangetroffen in de auto buiten het bedrijfspand waar hij zijn werkzaamheden diende te verrichten. Grieven 2 en 3.
Helaas hebben wij moeten constateren dat u gedurende werktijd meermaals voor een lange periode gebruik gemaakt heeft van uw mobiele telefoon, waarbij u privégesprekken heeft gevoerd”heeft [appellant] niet betwist.