Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond een geschil tussen een huurder en verhuurder centraal over de betaling van huurpenningen en een contractuele boete. Na een tussenarrest waarin de grieven van de huurder werden verworpen, heeft het hof het hoger beroep voortgezet. De verhuurder had haar eis vermeerderd door ook de contractuele boeterente en wettelijke handelsrente over de na 1 november 2009 vervallen huurpenningen te vorderen.
De huurder stelde dat deze vermeerdering van eis in hoger beroep niet was toegestaan en dat de vordering verjaard zou zijn, maar het hof oordeelde dat wijziging of vermeerdering van de eis in appel in beginsel is toegestaan zolang dit niet leidt tot onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. De huurder bracht geen concrete stellingen aan dat dit het geval was. Ook het verweer van verjaring werd onvoldoende onderbouwd.
Het hof verklaarde de huurder niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover het gericht was tegen eerdere vonnissen van 13 oktober 2010 en 26 januari 2011. De vermeerderde eis werd toegewezen en de huurder werd veroordeeld tot betaling van de contractuele boete van 2% per maand over de huurpenningen die na 1 november 2009 zijn vervallen, met berekening vanaf de vervaldatum tot de dag van betaling. Tevens werd de huurder veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd op 20 januari 2015 uitgesproken.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van de contractuele boete over de na 1 november 2009 vervallen huurpenningen en niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen eerdere vonnissen.