Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6 De gronden van het hoger beroep
7 De beoordeling
- de somma van € 844.052,85 terzake verlies verdienvermogen;
- de somma van € 204.869,39 inzake pensioenschade;
- de somma van € 125.046,01 inzake huishoudelijke hulp;
- de somma van € 56.396,56 inzake verlies zelfwerkzaamheid;
- de somma van € 1.815,00 inclusief btw inzake kosten ter vaststelling van schade (actuariële schadeberekening [Expertise] Expertise);
- de somma van € 13.613,41 inzake smartengeld;
- de somma van € 2.268,90 inzake overige materiële schade;
- de somma van € 8.956,37 inzake niet betaalde buitengerechtelijke kosten,
€ 1.194.191,92(€ 1.257.018,48 totale schade minus € 62.826,56 betreffende reeds betaalde voorschotten), en aan [appellant] een belastinggarantie te verstrekken, zulks met veroordeling van De [Schadeverzekeringen] in de kosten van beide procedures.
ingrijpende aard: er wordt thans een bedrag gevorderd van € 1.173.978,25 tegenover een bedrag van € 209.873,35 in eerste aanleg en dagvaarding in hoger beroep, derhalve ruim een vervijfvoudiging. Er is sprake van een
onvoldoende verbandmet de oorspronkelijke eis.
feitelijkesituatie waarin [appellant] zich thans bevindt. [appellant] stelt dat hij door het ongeval werkzaamheden in en rond De Poolmolen, de boerderij en de weilanden die hij vóór het ongeval verrichtte thans niet meer kan verrichten. Aldus is van innerlijke tegenstrijdigheid geen sprake.