Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- De dagvaarding in hoger beroep;
- De memorie van grieven met producties;
- De memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak draait het om de verdeling van een levensverzekeringsuitkering na het overlijden van [partner van appellante]. De uitkering bedroeg in totaal €12.982, waarvan vier begunstigden ieder recht hadden op een gelijk deel van €3.245,50. Nationale Nederlanden betaalde de volledige uitkering aan [appellante], die echter niet het deel aan [geïntimeerde] heeft doorbetaald.
[Geïntimeerde] vorderde betaling van haar deel van €3.245,50 plus incassokosten en wettelijke rente. De rechtbank veroordeelde [appellante] bij verstek tot betaling. In verzet stelde [appellante] dat zij niet ongerechtvaardigd was verrijkt omdat zij eerder een bedrag van €7.000 contant aan [geïntimeerde] had betaald en kosten voor de begrafenis had gedragen. Het hof oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat er geen bewijs was van een afstandsverklaring van het recht op uitkering.
Het hof verwierp het beroep op matiging van de schadevergoeding wegens financiële omstandigheden van [appellante], omdat het bedrag direct had moeten worden doorbetaald en er geen bewijs was dat een betalingsregeling onmogelijk was. De vorderingen van [geïntimeerde] werden daarom volledig toegewezen, inclusief incassokosten en wettelijke rente. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [appellante] tot betaling van €3.245,50 plus incassokosten en wettelijke rente en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.