Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
(feit 1);
(feit 2);
(feit 3);
- primairbepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn strafvervolging;
- subsidiairbepleit dat verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, zodat de benadeelde partijen dientengevolge niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun ingestelde vordering tot schadevergoeding;
- zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van een bewezen verklaring van het onder 3 ten laste gelegde en bepleit dat voor dat feit zal worden volstaan met oplegging van een geldboete.
(hierna: [bedrijf])had in oktober 2006 geen personeel in dienst.
(hierna: [stichting]). Verdachte en zijn toenmalige echtgenote [getuige 5] zijn eigenaar geweest van [bedrijf]. Later is er een Stichting in het leven geroepen. Vanaf 11 april 2005 tot en met 29 november 2006 is verdachte voorzitter geweest van die Stichting, welke stichting directeur en enig aandeelhouder was van [bedrijf] (zie onder andere de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep).
(hierna: [kredietverzekeraar 3])heeft op 12 oktober 2006 gesproken met een persoon “[naam]” van [bedrijf], die aangaf dat hij de financiële gegevens over 2005 zou opsturen (zie de verklaring van [getuige 4] van [kredietverzekeraar 3]).
(hierna: [accountant]), ook gedateerd 12 oktober 2006.
- de omstandigheid dat het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte heeft geleid tot fors financieel nadeel voor [bank], [kredietverzekeraar 1], [kredietverzekeraar 2] en [kredietverzekeraar 3];
- de omstandigheid dat verdachte het vertrouwen dat in het (handels)verkeer moet kunnen worden gesteld in de juistheid van geschriften door zijn onder 1 bewezen verklaarde handelen ernstig heeft geschaad;
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 december 2013, waaruit blijkt dat hij meermalen eerder door een strafrechter onherroepelijk is veroordeeld;
- het feit dat verdachte op 13 augustus 2008 is veroordeeld wegens douanefraude tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met welk vonnis het hof op voet van artikel 63 van Pro het wetboek van strafrecht rekening houdt;
- zijn persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
A. Door het hof (deels) toegewezen vorderingen
B. Door het hof niet-ontvankelijk verklaarde benadeelde partij
C. Samenloop van op te leggen schadevergoedingsmaatregelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
EUR 334.565,00 (driehonderdvierendertigduizend vijfhonderdvijfenzestig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 334.565,00 (driehonderdvierendertigduizend vijfhonderdvijfenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
296 (tweehonderdzesennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
EUR 33.921,28 (drieëndertigduizend negenhonderdeenentwintig euro en achtentwintig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 33.921,28 (drieëndertigduizend negenhonderdeenentwintig euro en achtentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
29 (negenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
EUR 3.696,36 (drieduizend zeshonderdzesennegentig euro en zesendertig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 3.696,36 (drieduizend zeshonderdzesennegentig euro en zesendertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
EUR 20.483,92 (twintigduizend vierhonderddrieëntachtig euro en tweeënnegentig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 20.483,92 (twintigduizend vierhonderddrieëntachtig euro en tweeënnegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6]
EUR 2.836,72 (tweeduizend achthonderdzesendertig euro en tweeënzeventig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 2.836,72 (tweeduizend achthonderdzesendertig euro en tweeënzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]
EUR 3.050,00 (drieduizend vijftig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 3.050,00 (drieduizend vijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8]
EUR 14.429,20 (veertienduizend vierhonderdnegenentwintig euro en twintig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 14.429,20 (veertienduizend vierhonderdnegenentwintig euro en twintig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.