ECLI:NL:GHSHE:2014:660
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vordering onrechtmatige daad wegens vermeende oplichting met Mercedes
In deze civiele zaak vorderen appellanten een bedrag van €28.000,- met rente en kosten van geïntimeerde wegens een vermeende onrechtmatige daad (oplichting) in 2005 met betrekking tot een Mercedes. De rechtbank Breda wees de vordering af wegens gebrek aan bewijs en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Appellanten gingen in hoger beroep, maar werden niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 16 maart 2011, omdat op grond van artikel 131 Rv Pro geen hoger beroep openstaat tegen tussenvonnissen. Het hof constateerde bovendien dat het procesdossier van appellanten niet voldeed aan de procesreglementen en dat niet-Nederlandstalige stukken zonder vertaling buiten beschouwing werden gelaten.
Verder wees het hof op een eerdere procedure waarin appellanten reeds een veroordeling hadden gekregen op basis van dezelfde stukken, waardoor appellanten hun belang bij de huidige procedure niet hadden toegelicht. Het hof stelde appellanten in de gelegenheid hierop te reageren en hield de verdere beslissing aan.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen het tussenvonnis en de zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting.