Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
in dezen optredende zowel voor zichzelf als in haar hoedanigheid van nabestaande en erfgename van [erflater],
10.Het verloop van de procedure
- de memorie na deskundigenbericht van 6 november 2012 van [appellante] met drie producties (K t/m M);
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van 18 december 2012 van [Bouwbedrijf].
11.De verdere beoordeling
,niet nodig dat er sprake is van een langdurige blootstelling aan de
mate waarindeze
konzijn met de specifieke gevaren van (wit) asbest, inclusief het risico op mesothelioom, uitdrukkelijk positief en zonder restrictie ten aanzien van kleine bouwbedrijven beantwoord. Gezien echter de door de deskundigen beschreven, alom bestaande, controversen oordeelt het hof dat niet aangenomen kan worden dat in de periode van eind 1977 tot en met januari 1978 [Bouwbedrijf] (een bouwbedrijf waar destijds ongeveer acht mensen werkten) met de specifieke gevaren van wit asbest, te weten dat elke relevante blootstelling aan asbeststofvezels - zonder drempelwaarde - het gevaar van het ontstaan van mesothelioom met zich kon brengen, bekend
behoordete zijn.
behoordete zijn.