In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de politierechter in Maastricht vernietigd waarin aan de veroordeelde een betalingsverplichting van bijna 20.000 euro was opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De zaak betrof een hennepkwekerij waarbij de veroordeelde was veroordeeld voor medeplegen van het telen van hennep.
Het hof heeft het bewijs onderzocht dat zou moeten aantonen dat de kwekerij reeds een eerdere oogst had opgeleverd waaruit financieel voordeel was behaald. Dit bewijs bestond voornamelijk uit visuele waarnemingen van een opsporingsambtenaar, zoals kalkafzetting op het zeil, vervuilde filters, stof op armaturen en ventilatoren, wortelresten in potgrond en lege flessen met meststoffen.
Het hof oordeelde dat deze aanwijzingen onvoldoende en niet doorslaggevend waren om aan te nemen dat er daadwerkelijk een eerdere oogst had plaatsgevonden. De verklaring van de veroordeelde dat de kwekerij niet langer dan vier weken in gebruik was en dat apparatuur tweedehands was aangeschaft, werd geloofd. Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen en het vonnis van de politierechter vernietigd.