Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
(opmerking hof: Intensieve Orthopedagogische Gezinsondersteuning)en het volgen van TOPs! onderwijs door verdachte.
integralevrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde feit. De raadsman heeft zich gerefereerd voor wat betreft de bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit. Ten aanzien van de strafmaat heeft de raadsman bepleit dat strafvermindering zal worden toegepast vanwege de volgens hem geconstateerde vormverzuimen. De raadsman heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat begeleiding door de jeugdreclassering niet nodig is.
primairtot gevolg zou moeten hebben dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard. De raadsman heeft zich daartoe – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat er onnodig en lichtvaardig een zwaar opsporingsmiddel is gebruikt, omdat de politie verdachte kennelijk vóór het uitzenden van beveiligingscamerabeelden op regionale televisie – met daarin verdachte herkenbaar in beeld –, reeds had herkend als betrokkene bij het ten laste gelegde incident. Volgens de raadsman is er door uitzending van de beelden een inbreuk gemaakt op de privacy van de verdachte, die proportioneel noch subsidiair was, zodat artikel 8 EVRM Pro is geschonden.
.3.1. Onderzoek naar onbekende verdachten:
- de voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft via de voorzitter van het LOO toestemming verleend;
- de gezochte persoon wordt verdacht van een ernstig misdrijf. (…)
- t.a.v. de gezochte verdachte: er moet minimaal sprake zijn van ernstige bezwaren tegen deze verdachte;
- er bestaat een reële kans dat de gezochte verdachte opnieuw een ernstig misdrijf zal plegen (recidivegevaar);
- de inzet van andere opsporingsmiddelen biedt onvoldoende uitzicht op aanhouding binnen de gewenste korte termijn.
stills) in het geval van opsporing van onbekende verdachten, zelfs indien er van uitgegaan dient te worden dat uitzending van beelden ten aanzien van onbekende verdachten uit het oogpunt van proportionaliteit was toegelaten, dan nog brengt dit naar het oordeel van het hof nog niet zonder meer met zich dat een reeds bekende verdachte daarbij herkenbaar in beeld mag worden gebracht. Het standpunt van de advocaat-generaal dat zonder het
herkenbaarin beeld brengen van de [verdachte] de identiteit van de overige betrokkenen niet bekend zou worden, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden.
De lezing van verdachte ten aanzien van zijn rol is consistent: hij heeft één klap gegeven en gepoogd een tweede klap te geven aan het slachtoffer, heeft zich daarna herpakt en heeft vervolgens getracht de andere daders af te houden van het slachtoffer. De reden waarom verdachte zich heeft herpakt, is voor de bewezenverklaring van de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling naar het oordeel van het hof irrelevant omdat op dat moment het ten laste gelegde feit al was gepleegd.
medeplegen van poging tot zware mishandeling.
- het pro justitia rapport, opgemaakt door[psycholoog], d.d. 8 mei 2013;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, opgemaakt door[raadsonderzoeker], d.d. 31 mei 2013;
- het (aanvullende) rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, opgemaakt door [raadsonderzoeker], d.d. 25 september 2013,
NJ 2004, 376) beperkt tot hetgeen plaatsvindt in het
voorbereidend onderzoek.
BESLISSING
werkstrafvoor de duur van
75 (vijfenzeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
38 (achtendertig) dagen jeugddetentie.
76 (zesenzeventig) dagen.
60 (zestig) dagen,niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van vaststelling van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
- veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften een aanwijzingen die worden gegeven door of namens de jeugdreclassering, ook voor zover dat inhoudt deelname aan IOG of een andere vorm van gezinsondersteuning;
- dat veroordeelde deelneemt aan TOPs! Onderwijs.
€ 1.305,76 (duizend driehonderdvijf euro en zesenzeventig cent) (bestaande uit € 305,76 (driehonderdvijf euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade),te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is – met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd –, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.305,76 (duizend driehonderdvijf euro en zesenzeventig cent) (bestaande uit € 305,76 (driehonderdvijf euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
23 (drieëntwintig) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.