Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die haar ontheft van het ouderlijk gezag over haar dochter, die sinds haar geboorte onder toezicht staat en uit huis geplaatst is. De moeder betwistte de ongeschiktheid en onmacht tot verzorging en opvoeding, stelde dat rapportages onjuist waren en dat zij begeleidbaar is.
De raad en de stichting voerden aan dat de moeder ongeschikt is vanwege haar verstandelijke beperking, psychische gesteldheid, detentieperiodes, drugsgebruik en gebrek aan stabiele woonruimte. De stichting stelde dat terugplaatsing op korte termijn niet mogelijk is en dat de moeder onvoldoende meewerkt.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:266 en Pro 1:268 BW ontheffing van het gezag kan worden uitgesproken indien de ouder ongeschikt of onmachtig is en de belangen van het kind dit vereisen. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en constateert dat de moeder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, recentelijk in detentie verbleef en onvoldoende stabiliteit biedt.
De overige bezwaren van de moeder zijn onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en blijft de stichting benoemd als voogd over de dochter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar dochter wegens ongeschiktheid en onmacht.