Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
- [de vader] (hierna te noemen: de vader), in deze procedure bijgestaan door mr. S.L.G.M. Roebroek;
- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, locatie Heerlen (hierna te noemen: de stichting).
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- rechtsweigering door de rechtbank Limburg op de voet van de artikelen 11, 12 en 13 Wet Algemene Bepalingen van 15 mei 1829;
- het schenden van het recht op hoor en wederhoor van de moeder en het schenden van het verdrag inzake de rechten van het kind jo artikelen 2 en 3 EVRM en strijdigheid met artikel 1:254 lid 1 BW Pro.
- de advocaat van de moeder;
- de raad, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de raad];
- de vader;
- de stichting, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. C.M. van den Eerdweg en in aanwezigheid van de gezinsvoogden mevrouw [gezinsvoogd 1] en mevrouw [gezinsvoogd 2].
- de brieven van de stichting d.d. 31 oktober 2014;
- de producties 37 tot en met 66, in het geding gebracht door de advocaat van de moeder bij V-formulier d.d. 11 november 2014;
- het V-formulier van de advocaat van de vader d.d. 20 november 2014;
- de ter zitting door de advocaat van de moeder overgelegde pleitnota.
3.De beoordeling
- [dochter 1] (hierna ook: [dochter 1]), op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats];
- [dochter 2] (hierna ook: [dochter 2]), op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats].