ECLI:NL:GHSHE:2014:51
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- E.L. Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet overleggen processtukken eerste aanleg
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 januari 2014 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man tegen de vrouw. De man had nagelaten om de processtukken uit eerste aanleg te overleggen, ondanks meerdere verzoeken van het hof om dit te herstellen.
De man kon het dossier niet overleggen omdat zijn advocaat dit pas wilde afgeven na betaling van een openstaande rekening. Pogingen om het dossier bij de advocaat van de vrouw op te vragen mislukten vanwege een gevraagde vergoeding die de man niet kon betalen. Het hof stelde vast dat de man de stukken, behalve de bestreden beschikking, niet had overgelegd.
Het hof overwoog dat niet-ontvankelijkheid een vergaande sanctie is, maar dat in dit geval het verzuim van de man een zodanige schending van de goede procesorde vormt dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd is. De vrouw had haar incidenteel appel ingetrokken, zodat dat verzoek werd afgewezen. De man verscheen niet ter zitting en kon zijn verzuim niet rechtvaardigen.
Daarom verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in het principaal appel en wees het verzoek in incidenteel appel af. De beslissing werd genomen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet overleggen van processtukken uit eerste aanleg.