Partijen zijn gehuwd op 17 juli 2012 en de rechtbank heeft op 4 december 2013 de echtscheiding uitgesproken, waarbij de man verplicht werd €250 per maand aan partneralimentatie te betalen vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking op 17 maart 2014.
De man is tegen deze alimentatieverplichting in hoger beroep gekomen en betwist zijn draagkracht, stellende dat hij sinds eind 2013 een Wwb-uitkering ontvangt. De vrouw voert verweer en stelt dat er onduidelijkheid bestaat over het inkomen en de lasten van de man. Zij verklaarde dat de man inmiddels werkzaam is in een schoenenwinkel.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn actuele inkomen en lasten, waardoor zijn draagkracht niet kan worden vastgesteld. De man draagt hiervoor het risico en het hof sluit daarom aan bij de door de rechtbank vastgestelde alimentatie van €250 per maand.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg en wijst het meer of anders verzochte af.