Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot herstel van het gezag over haar dochter heeft afgewezen. De dochter is sinds 2011 onder toezicht gesteld en verblijft al ruim vijf jaar in een pleeggezin waar zij veilig gehecht is en zich positief ontwikkelt.
De moeder betoogt dat het in het belang van de dochter is dat zij wordt hersteld in het gezag, zodat de dochter kan opgroeien met haar moeder, stiefvader en halfzusje. Zij stelt voldoende opvoedingscapaciteiten te hebben en wijst op de hechting tijdens contactmomenten. De Raad voor de Kinderbescherming en de stichting pleiten voor continuering van de huidige situatie vanwege de stabiliteit en veiligheid voor het kind.
Het hof overweegt dat een nader onderzoek naar de thuissituatie van de moeder het kind onnodig belast en dat op grond van de stukken en zitting voldoende informatie beschikbaar is. Het hof is niet overtuigd dat de moeder in staat is de verzorging en opvoeding te dragen, mede gelet op de beperkte omgangsfrequentie. Het belang van de dochter bij een ongestoorde hechting in het pleeggezin weegt zwaar. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot herstel van het gezag af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.