Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Van Uden;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Aarsen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin de kinderalimentatie voor zijn zoon werd gewijzigd van nihil naar een bedrag van €157,64 per maand met ingang van 8 april 2013.
De man betoogde dat hij wel verweer had gevoerd in eerste aanleg, maar dat dit niet was meegenomen, en dat hij onvoldoende draagkracht had om de alimentatie te betalen. Hij overhandigde een draagkrachtberekening ter onderbouwing. De vrouw betwistte deze stellingen en wilde de beschikking bekrachtigd zien.
Het hof oordeelde dat het verzoek om terugverwijzing naar de rechtbank niet op de wet was gebaseerd en dat het hoger beroep ook bedoeld is om eerdere omissies te herstellen. De man had in hoger beroep zijn standpunten kunnen inbrengen, wat hij ook had gedaan.
Verder vond het hof dat de man onvoldoende financiële stukken had overgelegd om zijn gebrek aan draagkracht aannemelijk te maken, zoals recente jaaropgaven en belastingaangiften. Zijn verklaring over de webwinkel was onvoldoende onderbouwd. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd volgens de gebruikelijke familierechtelijke regel, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot betaling van kinderalimentatie en wijst het beroep van de man af wegens onvoldoende bewijs van draagkrachtgebrek.