ECLI:NL:GHSHE:2014:4099
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag successierecht bij dividenduitkering en aandelenoverdracht na overlijden
Na het overlijden van erflater in 2006 keerde de BV een dividend uit en werden de aandelen later overgedragen. Belanghebbende stelde dat voor de heffing van successierecht de inkomstenbelastingschuld deels op 25% moest worden gesteld, wat het hof afwees omdat erfgenamen niet hadden gekozen voor afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim bij de erflater.
Het hof oordeelde dat de Wet geen ruimte biedt om voor het na overlijden uitgekeerde dividend de inkomstenbelastingschuld op 25% te stellen. De gezamenlijke erfgenamen hadden de mogelijkheid om fiscaal af te rekenen op grond van artikel 4.38 Wet IB, maar hebben dit niet gedaan.
Daarnaast verwierp het hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit omdat de BV geen materiële onderneming meer uitoefende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.