Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
6.Het verloop van de procedure
7.De verdere beoordeling
of met zekerheid kan worden gesteld’dat [appellante] een kans op een beter behandelresultaat zou hebben gehad. Absolute zekerheid zal naar verwachting niet te geven zijn. Daarom wordt de deskundige gevraagd met welke mate van waarschijnlijkheid kan worden aangegeven dat indien de behandeling op 2 maart 1993 – hof: [geïntimeerden] c.s. gaat abusievelijk uit van 3 maart 1993 - niet om 23.00 uur maar om 19.30 uur zou zijn ingezet [appellante] een kans op een beter behandelresultaat zou hebben gehad en hoe groot die kans zou zijn geweest.
8.De uitspraak
en ten aanzien van de conceptrapportage– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
drie maandennadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;