De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen, die sinds november 2012 in een pleeggezin verblijven. De rechtbank had de machtiging verlengd tot maart 2015 vanwege zorgen over de veiligheid en stabiliteit in de thuissituatie.
De moeder stelt dat zij inmiddels aan de verbeterpunten heeft voldaan, zoals het afronden van een opvoedcursus, het regelen van buitenschoolse opvang en het beschikken over geschikte woonruimte. Zij benadrukt dat de kinderen naar haar terug willen en dat de situatie thuis rustig is. De stichting en de vader betwisten dit en wijzen op het voortdurende loyaliteitsconflict bij de kinderen, de noodzaak van rust en stabiliteit, en het feit dat de kinderen goed zijn geworteld in het pleeggezin.
Het hof overweegt dat ondanks de vooruitgang van de moeder, de onrust en het loyaliteitsconflict nog steeds aanwezig zijn. De kinderen vertonen ontwikkelingsachterstanden en hebben behoefte aan een stabiele omgeving. De moeder heeft recent een nieuwe partner, wat voor de kinderen een schok was. Het hof acht het daarom nog niet verantwoord om de kinderen terug te plaatsen en bevestigt de verlenging van de uithuisplaatsing.