Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- [appellant] heeft op 12 juni 2014 de door de bewindvoerder opgevraagde stukken aangetekend aan diens kantoor gezonden;
- de rechtbank heeft in haar vonnis ten onrechte nagelaten om aandacht te besteden aan de persoonlijke omstandigheden van [appellant], terwijl zij hierover wel ten overvloede een opmerking maakt;
- de invulling en de omvang van de sollicitatieplicht zijn in het begin onderwerp van gesprek geweest tussen [appellant] en de bewindvoerder alsook dat de invulling en omvang van deze verplichting voor hem niet duidelijk was;
- de gestelde achterstand ter zake van de boedelschuld en de achterstand in de betaling aan CZ zou voldaan kunnen worden door de schuldsaneringsregeling met een korte periode te verlengen.