Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2014:3660

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 september 2014
Publicatiedatum
16 september 2014
Zaaknummer
HD 200.136.465_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 335 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep na verstek in eerste aanleg

In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van de man tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarin verstek tegen hem is verleend omdat hij niet is verschenen. De vrouw heeft aangevoerd dat op grond van artikel 335 lid 1 Rv Pro het hoger beroep niet ontvankelijk is.

Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De zaak is verwezen naar een rolzitting voor nadere schriftelijke toelichting door de man.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en is in het openbaar uitgesproken. Het hof verwijst naar de stukken van eerste aanleg en de stukken in hoger beroep om tot een oordeel te komen over de ontvankelijkheid.

Deze procedure betreft een toetsing van de formele ontvankelijkheid van het hoger beroep na verstek, waarbij het hof zorgvuldig de procesrechtelijke regels toepast.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt voorlopig niet ontvankelijk verklaard en de man wordt in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de ontvankelijkheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.136.465/01
arrest van 16 september 2014
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. K.E. van den Ing te Uden,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. J.J. Lauwen te Oss,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 10 juli 2013, gewezen tussen de man als gedaagde en de vrouw als eiseres.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/263648/HAZA 13-393)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De beoordeling

Uit het eindvonnis waarvan beroep kan worden opgemaakt dat de man in eerst aanleg niet is verschenen en tegen hem verstek is verleend. Artikel 335 lid 1 Rv Pro zou dan meebrengen dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet openstaat. Zulks is ook door de vrouw in de memorie van antwoord aangevoerd. De man zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.

4.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2014 voor akte aan de zijde van de man met het hiervoor vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.T.M. Raab, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.