Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante],wonende te [woonplaats],
[Beheer] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1],
5.Het verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
: “De kopers of hun rechtsopvolger(s) in eigendom, zakelijk genotsrecht of ander gebruiksrecht van het verkochte verplicht(en) zich tegenover na te noemen vennootschap of diens rechtsopvolger(s) om zodra in het verkochte amusements- en/of kansspelautomaten worden geplaatst, deze uitsluitend en alleen te betrekken van[JVH, hof]
haar rechtsopvolger(s) of een met haar gelieerde vennootschap. De kopers of hun rechtsopvolger(s) zullen aansprakelijk zijn voor het niet nakomen van gemelde verplichting op verbeurte van een boete van eenhonderd gulden (ƒ 100,00) voor iedere dag van in verzuim zijn, zonder dat enige ingebrekestelling vereist is, en zullen voormelde verplichting bij wijze van kettingbeding in de akte van overdracht opleggen aan de rechtsopvolger(s) en voor en namens[JVH, hof]
dan wel diens rechtsopvolger(s) aanvaarden. Voor zover het gaat om rechten die ten behoeve van derden zijn bedongen, worden die rechten bij deze bij wijze van derdenbeding door verkoper, als zaakwaarnemer behartigend de belangen van genoemde vennootschap, voor die vennootschap aangenomen”.Dit artikel zal hierna worden aangeduid als “het kettingbeding”.
Bedoelde appartementen en cafetaria zullen worden gerealiseerd op het in eigendom van verkoper verblijvende deel van voormeld kadastraal perceel [plaats] [sectieletter] nummer [perceelnummer 1], alsmede op door verkoper van koper gekochte gedeelten van de percelen kadastraal bekend als gemeente [plaats] [sectieletter] nummers [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3]” en
koper aanvaardt uitdrukkelijk alle lijdende erfdienstbaarheden, bijzonder lasten en beperkingen, afzonderlijke zakelijke rechten, kettingbedingen en kwalitatieve verplichtingen, blijkend en/of voortvloeiend uit de hierna vermelde titel”. In de akte wordt als titel van de verkoper de akte van levering van 28 mei 1998 vermeld.
De akte waarop u doelt[de akte van 1 oktober 2004, hof]
is voor mij verleden (..). Het kettingbeding c.q. de opleg daarvan is daarbij niet aan de orde gekomen. Overigens betrof het (..) een gedeelte van het perceel dat uitdrukkelijk niet bestemd was om voor horecadoeleinden gebruikt te worden.”.
Met betrekking tot bekende erfdienstbaarheden, kwalitatieve bedingen en/of bijzondere verplichtingen wordt, voor wat betreft registergoed 1(het resterende gedeelte van perceel gemeente [plaats], [sectieletter], nummer [perceelnummer 1], hof)
verwezen naar een akte van levering mede op een oktober 2004 voor bedoelde waarnemer van voornoemde notaris [notaris 2] verleden, bij afschrift ingeschreven in voormeld register daags daarna in deel [deel] nummer [nummer 1], in welke akte soortgelijke bepalingen betreffende erfdienstbaarheden en mandeligheid zijn opgenomen als in voormelde akte die is ingeschreven in deel [deel], nummer [nummer 2]” en
voor zover in bovengenoemde bepalingen verplichtingen voorkomen welke verkopende partij verplicht is aan kopende partij op te leggen, doet hij dat bij deze uitdrukkelijk en wordt een en ander bij deze uitdrukkelijk door gevolmachtigde voor en namens kopende partij aanvaard. Voor zover het gaat om rechten die ten behoeve van derden zijn bedongen, worden die rechten bij deze tevens uitdrukkelijk door verkopende partij voor die derden aangenomen”.
dat er geen gelegenheid zal worden gegeven tot het bedrijven van enig kansspel”.
)Bij notariële akte van 15 april 2014, verleden tussen [Beheer] en JVH en met als opschrift “
Kettingbeding”, zijn partijen (alsnog) overeengekomen dat het in het dictum in conventie van het thans beroepen eindvonnis van 20 februari 2013 onder r.o. 5.3. gegeven oordeel als in de akte herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
envanaf de datum dat [uitbaters] daarin geen (kans)spelautomaten van JHV meer exploiteren
envanaf de datum dat [uitbaters] (kans)spelautomaten van een andere leverancier exploiteren,
veroordeelt [appellanten] om ten kantore van notaris [notaris 3] te [vestigingsplaats 2] te verschijnen op een door die notaris of diens plaatsvervanger te bepalen datum en tijd en alsdan mede te werken aan het verlijden van een notariële akte, waarin ten aanzien van het perceel, kadastraal bekend gemeente [plaats], [sectieletter] [perceelnummer 4], [sectiecijfer], plaatselijk bekend [adres 1] te [plaats] het navolgende wordt bepaald:
[Beheer] B.V. of haar rechtsopvolger(s) in eigendom, zakelijk genotsrecht of ander gebruiksrecht van het perceel, kadastraal bekend gemeente [plaats], [sectieletter] [perceelnummer 4], [sectiecijfer], plaatselijk bekend [adres 1], [postcode] [plaats], verplicht zich tegenover na te noemen vennootschap of diens rechtsopvolger(s) om, zodra op of in voormelde onroerende zaak amusements- en/of kansspelautomaten worden geplaatst, deze uitsluitend en alleen te betrekken van de te [vestigingsplaats 2] gevestigde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JVH Exploitatie B.V., kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2], [adres 2], haar rechtsopvolger(s) of een met haar gelieerde vennootschap.
voor zover in bovengenoemde bepalingen verplichtingen voorkomen welke verkopende partij verplicht is aan kopende partij op te leggen, doet hij dat bij deze uitdrukkelijk en wordt een en ander bij deze uitdrukkelijk door gevolmachtigde voor en namens kopende partij aanvaard”).Het hof heeft reeds overwogen dat op 1 oktober 2004 geen kettingbeding tussen de Woonstichting en [appellant] en [appellante] is overeengekomen. Nog afgezien van het feit dat de verwijzing naar die akte derhalve zinledig was, is het hof van oordeel dat met een enkele verwijzing als de onderhavige ook geen overeenkomst tussen de Woonstichting en [appellant] en [appellante] is gesloten, met de inhoud dat (kort gezegd) de Woonstichting, als zij speelautomaten op het overgedragen perceel zou gaan exploiteren, alleen automaten van JVH zal plaatsen op straffe van een boete van fl. 100,-- per dag. Het feit dat er toen geen overeenkomst tussen partijen is gesloten wordt ondersteund door de verklaring van [appellant] zelf bij de comparitie van partijen op 28 februari 2012: “
Toen het perceel met het cafetaria door mij en mijn echtgenote aan Woonstichting Leyakker op 23 augustus 2005 werd geleverd, is er niet over het kettingbeding gesproken.”
Onder verwijzing naar de met u gemaakte bonusafspraak (..) crediteren wij u als volgt.. (..) Dit betreft het aan exploitant toekomende deel van de met alle automaten behaalde netto-exploitatie-opbrengsten”. In deze brief wordt aangegeven dat een bonus van 19% van die opbrengst zal worden gecrediteerd. (Het hof constateert dat de door [appellanten] en door JVH in haar brief beschreven percentages iets van elkaar verschillen, maar aan die verschillen komen thans geen belang toe).
uitsluitend indien de hiervoor beschreven situatie zich voordoet” zij vordert dat [appellanten] een bedrag van € 1.900,-- per maand zullen betalen.