Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Czarnota;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Vaessen.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 13 juni 2013, ingekomen bij V-formulier van de advocaat van de man d.d. 13 maart 2013;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 1 juli 2014.
3.De beoordeling
.
.
periode van 1 januari 2013 tot 1 november 2013overschrijdt de totale draagkracht van partijen de behoefte van [het kind]. Ieders draagkracht voor deze periode vergelijkend, dient de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] te voldoen van (412/670 x 578 =) € 355,- per maand, de resterende behoefte, te weten € 223,- komt voor rekening van de vrouw.
periode vanaf 1 november 2013is de draagkracht van partijen tezamen onvoldoende om volledig in de behoefte van [het kind] te voorzien. Dit tekort wordt aan beide ouders voor de helft toegerekend. Voor de man betekent dit dat de helft van het tekort in mindering komt op de zorgkorting - die het hof, gelet op de vastgestelde zorgregeling, vaststelt op 25% van de behoefte van [het kind] (€ 144,50), zodat de door hem te betalen bijdrage als volgt wordt berekend: € 242,- minus (€ 144,50 minus € 39,-) = € 136,50.