Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 471451 CV EXPL 12-1563)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“ik heb in hash gehandeld vanuit onze woning”. Ook heeft Zo Wonen er - onbetwist - op gewezen dat een bestuurster van een auto met een Duits kenteken tegenover de politie heeft verklaard dat zij in de woning harddrugs heeft gekocht. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben zich tegenover de gemotiveerde stellingen van Zo Wonen enkel beroepen op het ontbreken van een strafrechtelijke veroordeling waar het betreft de handel in drugs. Zij hebben geen enkele verklaring gegeven voor hetgeen de politie op 11 augustus 2010 heeft aangetroffen (waaronder de koop door voornoemde bestuurster van de auto). Ook hebben zij zich niet erop beroepen dat de gebeurtenissen op 11 augustus 2010 slechts een incident zouden betreffen. Het hof gaat daarom als onvoldoende weersproken ervan uit dat de in de woning aangetroffen (hard)drugs, gelet op de hoeveelheid, mede bestemd waren om te worden verhandeld c.q. om daarmee te ‘dealen’.