Uitspraak
2 Het geding in de herroepingsprocedure
3.De gronden van de vordering tot herroeping
4.De beoordeling
- de voormalige echtelijke woning aan de [adres 1] te [plaats 1];
- de aandelen in een tweetal vennootschappen, te weten [eiser] Beheer B.V. en [eiser] Kaas B.V.;
- het "zwarte" geld in Zwitserland en Luxemburg;
- een tweetal lijfrentepolissen.
- de verdeling van de inboedel;
- de “versta-bepaling” in het eindvonnis dat de aandelen van de twee B.V. ’s aan de man
Het eindarrest in de zaak is gewezen op 4 september 2012, zodat de cassatietermijn op 17 oktober 2013, de dag van de dagvaarding tot herroeping, al geruime tijd was verstreken. Dit brengt met zich dat allereerst beoordeeld dient te worden of de man tijdig – dat wil zeggen: binnen drie maanden na ontdekking van het gestelde bedrog – zijn vordering tot herroeping heeft ingesteld en mitsdien ontvankelijk is in deze vordering.