Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- de akte overlegging producties van KPN van 8 april 2014;
- de antwoordakte, tevens akte overlegging producties, van [stratenmakersbedrijf] van 6 mei 2014.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure staat centraal of een personeelslid van het stratenmakersbedrijf verantwoordelijk is voor de doorboring van een ondergrondse telefoonkabel tijdens bestratingswerkzaamheden. KPN stelde dat een medewerker van de stratenmaker begin maart 2010 met een draadpen de kabel heeft doorboord. Het hof heeft de bewijslast verdeeld: KPN mocht bewijs leveren dat een draadpen in de grond werd gestoken en de stratenmaker mocht tegenbewijs leveren dat de kabel niet is doorboord door haar personeel.
KPN leverde verklaringen en foto’s aan waaruit bleek dat het gebruik van draadpennen bij bestratingswerkzaamheden gebruikelijk is, ook op tussenliggende plaatsen. Echter ontbrak het aan concrete feiten die aantonen dat juist op de plek van de doorboring een draadpen is geslagen en dat dit door personeel van de stratenmaker is gebeurd. De stratenmaker stelde dat haar personeel alleen aan de uiteinden draadpennen plaatst en dat de doorboring op een atypische plaats lag, wat niet past bij haar werkwijze.
Het hof concludeerde dat KPN niet voldoende bewijs heeft geleverd om vast te stellen dat de doorboring door het personeel van de stratenmaker is veroorzaakt. De enkele mogelijkheid en abstracte verklaringen zijn onvoldoende. Daarom worden de vorderingen van KPN afgewezen. KPN wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen aan de stratenmaker en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van KPN worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de stratenmaker de kabel heeft doorboord.