Uitspraak
[verdachte] ,
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 25 februari 2012 tot en met
hij op of omstreeks 3 april 2012 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander, (een) wapen(s) van categorie I onder 7° in de zin van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool (merk Umarex), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en), voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 26 februari 2013 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander, (een) wapen(s) van categorie I onder 7° in de zin van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool (merk Walther, type CP99 Nighthawk), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en), voorhanden heeft gehad.
- tegen de achtergrond dat het hof heeft aangenomen dat het optreden van de stelselmatige informatie-inwinner angst bij de verdachte en zijn medeverdachte heeft opgewekt - niet noodzakelijk is om de verbalisanten B-1945 en A-3526 te horen over de uitvoering van de infiltratie. Het hof wijst het verzoek daarom af.
hij in de periode van 25 februari 2012 tot en met 26 februari 2102 te Oosterhout,
hij op 3 april 2012 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I onder 7° in de zin van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool (merk Umarex), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;
hij op 26 februari 2013 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I onder 7° in de zin van de Wet wapens en munitie, te weten een gasdrukpistool (merk Walther, type CP99 Nighthawk), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde
Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde
verklaard.
verklaring tegenover de politie afgelegd.
Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde
“Op dinsdag 26 februari 2013 […] werd […] binnengetreden in de woning [adres] . […]
- dat de dader, [dader] , ’s avonds met bebloede kleding voor de deur stond,
- dat hij vertelde dat hij iemand om het leven had gebracht en
- dat hij kledingstukken uittrok en deze achterliet in een vuilniszak in de woning van de verdachte en de medeverdachte,
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.