Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert Inbev Nederland N.V., als rechtsopvolger van Interbrew Nederland N.V., betaling van een bedrag van €5.444,73 plus bijkomende kosten van geïntimeerden, exploitanten van een café. De vordering is gebaseerd op een borgstelling die Interbrew jegens de verhuurder van het gehuurde pand had gedaan en de daaropvolgende betaling van de schuld door Inbev aan de verhuurder.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende stelplicht van Inbev, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat Inbev inderdaad de rechtsopvolger is van Interbrew en dat de borgstelling geldig is. Geïntimeerden erkenden de borgstelling, maar betwistten de hoogte van de hoofdsom en andere kosten.
Het hof concludeerde dat geïntimeerden een schuld hadden aan de verhuurder die door Inbev is voldaan, waardoor Inbev een regresvordering op hen heeft. De hoofdsom werd vastgesteld op €4.655,09, met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De gevorderde buitengerechtelijke kosten en handelsrente werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Geïntimeerden werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van €4.655,09 met wettelijke rente aan Inbev en in proceskosten.