ECLI:NL:GHSHE:2014:1890
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Ham
- C.E.C.J. Ponsioen
- P.P.M. Rousseau
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herstelkosten na ontruiming woning en opleveringsprocedure bij detentie huurder
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en een woningstichting over herstelkosten na ontruiming van een woning. De huurovereenkomst was ontbonden en de huurder verbleef gedurende een deel van de periode in detentie. De woningstichting stelde de huurder aansprakelijk voor herstelkosten omdat de woning niet in de oorspronkelijke staat was opgeleverd.
De huurder voerde verweer dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om herstelwerkzaamheden uit te voeren, mede vanwege zijn detentie en het feit dat de woningstichting niet adequaat contact met hem had gezocht. Ook stelde hij dat hij geen redelijke termijn had gekregen om zelf aangebrachte voorzieningen aan een opvolgend huurder aan te bieden.
Het hof oordeelde dat de woningstichting voldoende had voldaan aan haar verplichtingen door de huurder uitdrukkelijk te sommeren tot oplevering in oorspronkelijke staat en het maken van een afspraak voor een voorinspectie. De korte termijn was niet onredelijk en de detentie van de huurder viel voor zijn risico. De communicatie met de broer van de huurder was voldoende om te mogen vertrouwen op kennisgeving. De vordering van de woningstichting tot vergoeding van herstelkosten werd daarom bevestigd, en de vordering van de huurder tot schadevergoeding afgewezen.
Het hof veroordeelde de huurder in de proceskosten van het hoger beroep en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de huurder aansprakelijk is voor herstelkosten en wijst de schadevergoeding af.