Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de man],wonende te [woonplaats],
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellanten vorderden vergoeding van immateriële schade wegens het onrechtmatig binnentreden van sociale rechercheurs tijdens een huisbezoek en onrechtmatige besluiten van de gemeente Maastricht die hun bijstandsuitkering beëindigden en terugvorderden. De rechtbank wees deze vordering af en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overwoog dat hoewel het huisbezoek en de besluiten onrechtmatig waren, appellanten onvoldoende hebben aangetoond dat zij psychisch letsel hebben geleden dat voldoet aan de strenge maatstaven van artikel 6:106 lid 1 sub b BW Pro. Schriftelijke verklaringen van huisartsen waren onvoldoende gespecificeerd en er ontbrak nadere bewijslevering.
Daarnaast werd vastgesteld dat de publicatie over een frauderende bijstandsgerechtigde geen ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormde en dat de gemeente deze publicatie niet had geïnitieerd. De vorderingen tot vergoeding van immateriële schade en verklaring voor recht werden daarom afgewezen. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatig huisbezoek en onrechtmatige besluiten wordt afgewezen.