Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- de memorie na enquête en contra-enquête van Monopole met vier producties (genummerd 7 tot en met 10);
- de antwoordmemorie na enquête en contra-enquête van [geïntimeerde].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de vraag centraal of partijen mondeling een afspraak hadden gemaakt over het opnemen van in 2010 opgebouwde maar niet genoten of betaalde over- en verlofuren bij het einde van het dienstverband in januari 2011. Het hof vervolgde het tussenarrest van maart 2013 en beoordeelde de bewijslevering, waarbij getuigen van beide partijen werden gehoord.
De verklaringen van de statutair directeur, de bedrijfsleider en een administrateur van de werkgever bevestigden dat op 24 januari 2011 een voorstel was gedaan aan de werknemer om de openstaande uren op te nemen, en dat de werknemer daarmee instemde. De werknemer ontkende dit en stelde dat het gesprek een dag eerder had plaatsgevonden en dat er geen afspraak was gemaakt over de uren.
Het hof achtte de verklaringen van de werkgever en diens getuigen geloofwaardiger dan die van de werknemer en diens getuigen, mede vanwege tegenstrijdigheden en onvoldoende steun voor de stellingen van de werknemer. Op basis hiervan concludeerde het hof dat de werkgever voldoende bewijs had geleverd en wees het de vorderingen van de werknemer af. Tevens veroordeelde het hof de werknemer in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een andere afspraak over opname van vakantiedagen.