Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Machinale Grondwerken [Machinale Grondwerken] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
Koninklijke Wegenbouw [KWS] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
26.Het verloop van de procedure
- de memorie na deskundigenbericht van [appellant] met een productie;
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [KWS] met een productie;
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [Machinale Grondwerken] met een productie.
27.De verdere beoordeling
schouder en naar distaal aanwezig zijn zonder specifieke verdeling, met name ook niet in het n. ulnaris verzorgingsgebied. Er is wel sprake van een positieve Tinel in het verloop van de n. ulnaris juist ongeveer 6 centimeter proximaal van de elleboog tot 5 centimeter distaal, waarbij dan uitstralende pijn optreedt naar het ulnaire deel van de hand en de 4e en 5e straal. Het gebied waar onaangename sensaties kunnen worden opgewekt ter hoogte van de elleboog heeft een diameter van ongeveer 8 centimeter. Er zijn geen motore afwijkingen.”
“Samenvatting en bespreking”onder meer de volgende passages:
1990 zonder voorafgaand ongeval tintelingen aan de binnenzijde van de linker elleboog. Er was geen sprake van uitstraling in de linker onderarm of buitenzijde vingers aan de linker hand met ook een normaal gevoel in de pink en ringvinger. Hij werd daarop verwezen naar de orthopeed Schaafsma die hem geopereerd heeft. Schaafsma meldt over deze episode dat betrokkene in februari 1990 voor het eerst is gezien op verzoek van de huisarts i.v.m. een epicondylitis medialis humeri links die conservatief werd behandeld. Toen na een half jaar de conservatieve behandeling niet het gewenste resultaat opleverde werd besloten tot een operatie in oktober 1990 waarbij een cheilectomie arthrotomie van de linker mediale epicondyl werd verricht[uit het hoofdstuk “Vroegere ziekten, operaties en ongevallen” in het geneeskundig rapport blijkt dat dat betekent het schoonmaken van het gootje waar de zenuw bij de elleboog (het telefoonbotje) doorheen loopt, hof]
. Het daarna volgende half jaar had hij nog steeds klachten. Dit werd uiteindelijk behandeld met een brace. Op de röntgenfoto na de operatie werden dubieuze kalkneerslagen gezien ter hoogte van de mediale epicondyl. Schaafsma meldt dat betrokkene in augustus 1991 weer pijn in de linker elleboog aangaf. In 1995 kreeg hij zonder ongeval en minder dan in 1990 opnieuw last van tintelingen aan de binnenzijde van de linker elleboog, waarvoor de huisarts fysiotherapie voorschreef en waarna na 4 weken de klachten waren verdwenen. Schaafsma meldt dat hij in 1995 onder behandeling was van een valgus elleboog links. In 1995 werd hij door Schaafsma gezien i.v.m. klachten van de linkerarm die het meest pasten bij een carpaal tunnelsyndroom aan de linkerkant. In het dossier staat vermeld dat hij 4 weken fysiotherapie heeft gehad en dat de klachten toen weg waren tot het ongeval op 08-10-1997. De huisarts meldt in augustus 1995 een golferselleboog links waarvoor rust en Ibuprofen alsmede fysiotherapie, maar in september 1995 lijkt fysiotherapie na 8 behandelingen geen effect te hebben gehad. De orthopeed maakt in november 1995 melding van een carpaal tunnel syndroom met negatieve provocatietesten en een negatief EMG. Advies was toen om overbelasting te vermijden. (…).[Hierna volgt een beschrijving van het ongeval, ongeveer gelijk aan hetgeen in de samenvatting van het geneeskundig rapport is vermeld, hof.]
n. ulnaris. Bij de laatste controle meldde de orthopeed 50% reductie van klachten. De orthopeed Schaafsma meldt ook dat uit de status niet is op te maken of de klachten die reeds in het verleden bestonden door het ongeval of niet zijn verergerd.
omdat daarmee pijnreacties konden worden uitgelokt. Fijne aanraking in het gebied dan de binnenzijde van de elleboog geeft een sterke prikkelreactie benoemd als dysesthesie. Abductie van de pink links is zwakker dan rechts. Hij kan activiteiten boven schouderniveau niet goed uitvoeren aangezien de linkerarm dan blokkeert. De sensibiliteit in het door de n. ulnaris geïnnerveerde gebied wordt subjectief minder aangegeven dan rechts.
elleboog drukgevoelig is. Bij druk ter hoogte van de mediale zijde van de linker elleboog is er sprake van tintelingen in de linker ringvinger en linker pink. Bij flexie van de linker pols met gestrekte elleboog tegen weerstand krijgt hij pijn aan de mediale zijde van de linker elleboog. Bij flexie in de vingers van de linker hand met gestrekte elleboog tegen weerstand in is er geen pijn ter hoogte van de mediale zijde. Zowel pro- als supinatie tegen weerstand in aan de mediale zijde van de linker elleboog geven pijn. Optillen van een stoel met de onderarm in pronatie of supinatie geeft geen klachten. Er is geen sprake van atrofie. (…) Er is geen motore uitval in de linker arm met name ook niet in het n. ulnaris gebied. Aanraken van de ulnaire zijde van de onderarm, ulnaire zijde van de hand, de gehele linker[ring]
vinger en de linker pink ervaart hij als vreemd. Visser concludeert dat er sprake is van een neuropathie van de n. ulnaris met pijn ter hoogte van de mediale zijde van de elleboog en allodynie in het verzorgingsgebied van de n. ulnaris. Tevens is sprake van een golferselleboog links.
“Er is naar mijn mening sprake van een onderlinge samenhang wanneer het gaat om informatie verkregen van betrokkene zelf en de feiten uit het medisch dossier, voor zover dit het ongevalsmechanisme aangaat, het beloop van de klachten en de effecten van de behandeling.
“Ten aanzien van het al of niet hebben van klachten in 1991 kan ik niet anders dan vaststellen dat dit verschil er is. Betrokkene geeft aan dat men hem mogelijk verwisseld heeft met zijn broer, hetgeen wel vaker voorkwam in Atrium Medisch Centrum. Het betreft een tweeling.
“Betrokkene heeft zoals hij zelf meldde en zoals ook in het dossier is aangegeven last gehad van tintelingen aan de mediale zijde van de elleboog links, waarvoor in 1990 een operatieve ingreep heeft plaatsgevonden. Daarna was hij langdurig klachtenvrij. In 1995 heeft hij kortdurend recidief klachten gehad, maar dit is weer spontaan verdwenen. Hij kreeg eerst weer klachten als gevolg van het ongeval. De aard van de klachten ter hoogte van de elleboog is voor wat betreft het vakgebied van de neurologie nu veranderd omdat er met name ook sprake is van allodynie en dysaesthesie in dit gebied, hetgeen eerder niet aan de orde is geweest en ook niet is beschreven. Sensibele klachten in de rest van de arm en met name ook in het specifieke ulnarisgebied in de hand, heeft hij tevoren nooit gehad.”
“Op basis van de passagère sensibele klachten bij de elleboog voor het ongeval is er geen sprake van beperkingen.”
“Er zijn daarnaast op het vakgebied van de neurologie geen klachten of afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan als betrokkene het ongeval niet was overkomen.”
“n.v.t.”.
“Ik heb verder geen opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere beloop in deze zaak.“
“Een orthopedische expertise is in deze zaak relevant, doch deze is al eerder verricht. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van relevante psychische problematiek als gevolg van het ongeval met evidente verwerkings- en acceptatieproblematiek die ook leidt tot boosheid. Hij heeft de hele procedure nadien ervaren als krenkend en mensonwaardig. Derhalve zou een psychiatrische expertise in deze zaak kunnen worden overwogen.”
neuropathie van de nervus ulnarisin de linker arm ondervindt, zoals door dr. Verhagen beschreven. De verzekeringsgeneeskundige dient derhalve de beperkingen ten gevolge van de golferselleboog buiten beschouwing te laten en dient er verder vanuit te gaan dat de klachten van [appellant] van de gehele linker arm, dus buiten het ulnaris-verzorgingsgebied, geen beperkingen opleveren.
28.De uitspraak
.