ECLI:NL:GHSHE:2014:1649
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- H.A. Marquart Scholtz
- E.F.G.M. Gelderman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens niet vervolgen onbekende personen in verdwijning zaak
Klaagster diende op 30 oktober 2013 aangifte in naar aanleiding van de verdwijning van haar broer in oktober 2008 in de omgeving Breda/Oosterhout. De officier van justitie besloot de zaak niet te vervolgen wegens onvoldoende feiten en omstandigheden die wijzen op een strafbaar feit. Klaagster maakte hiertegen beklag bij het hof met het verzoek tot vervolging.
Het hof heeft het klaagschrift en het dossier bestudeerd, waarin werd gesteld dat de abrupt stopgezette sociale contacten van de broer duiden op een misdrijf. Politie en justitie hebben onderzoek verricht, getuigen gehoord en media-aandacht besteed, maar dit leverde geen nieuwe aanwijzingen op. Het hof erkent het verdriet en gemis van klaagster, maar constateert dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de broer slachtoffer is van een misdrijf of wie daarvoor verantwoordelijk zou zijn.
Het hof overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat de verdwijning het gevolg is van een ongeluk of eigen keuze zonder misdrijf. Verder onderzoek wordt gezien als weinig zinvol gezien de verstreken tijd. Daarom wijst het hof het beklag af en bevestigt het besluit tot niet vervolging.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens gebrek aan aanwijzingen voor een misdrijf en bevestigt het niet vervolgen van onbekende personen.