ECLI:NL:GHSHE:2014:1480
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- C.N.M. Antens
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks beperkt minnelijk traject
Appellante heeft bij de rechtbank Limburg verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en in hoger beroep het verzoek alsnog toegewezen.
Het hof constateerde dat het minnelijk traject weliswaar beperkt was en op een gegeven moment was afgebroken nadat de grootste schuldeisers niet akkoord gingen met het voorstel, maar dat appellante voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen reële mogelijkheden waren voor een buitengerechtelijke schuldregeling. De verklaring ex artikel 285 lid 1 aanhef Pro en sub f Faillissementswet voldeed in dit specifieke geval aan de wettelijke eisen.
Hoewel een substantieel deel van de schulden aan VGZ Zorgverzekeraar niet volledig te goeder trouw was ontstaan, achtte het hof op grond van de omstandigheden, waaronder de stabilisatie van de financiële situatie onder beschermingsbewind en het opgestelde budgetplan, dat appellante de schuldsaneringsregeling kan naleven. Ook de hardheidsclausule werd toegepast.
Het hof bepaalde dat de schuldsaneringsregeling van toepassing is en gaf uitvoering aan artikel 292 lid 9 Faillissementswet Pro. De griffier van het hof zal de griffier van de rechtbank Limburg informeren over de benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van appellante tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.