Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
88 (achtentachtig) dagen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en kwam tot een andere bewezenverklaring, waarbij verdachte op 7 oktober 2011 te Roosendaal als vreemdeling verbleef terwijl hij wist dat hij ongewenst was verklaard.
De verdediging voerde onder meer aan dat het besluit tot ongewenstverklaring niet voldeed aan de Terugkeerrichtlijn, omdat het inreisverbod van vijf jaar was verstreken. Het hof oordeelde dat de termijn van vijf jaar pas begint te lopen nadat verdachte Nederland heeft verlaten, wat volgens politieverklaringen in december 2010 was gebeurd. Hierdoor was de ongewenstverklaring op de ten laste gelegde datum nog steeds van kracht.
Het beroep op overmacht werd verworpen omdat verdachte verklaarde sinds december 2010 in België te wonen en op het moment van het feit in Nederland was om drugs te kopen. De raadsvrouw voerde aan dat de terugkeerprocedure niet volledig was doorlopen, maar het hof vond dat de vestiging in België de terugkeerprocedure beëindigde.
Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden legde het hof een gevangenisstraf op van 88 dagen, rekening houdend met de schending van de redelijke termijn, waardoor de straf lager is dan de oorspronkelijke 3 maanden. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 88 dagen gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenste vreemdeling, met aftrek van voorarrest.