ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3325
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Swinkels
- P. Fortuin
- H.J. Cosijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering heffingskorting na onjuiste aangifte door belanghebbende
Belanghebbende, een boekhouder, diende een elektronische aangifte inkomstenbelasting in waarin zij zelf had aangegeven recht te hebben op de algemene heffingskorting. De Inspecteur legde daarop een voorlopige aanslag op en betaalde de heffingskorting uit. Later bleek uit de aangifte van haar echtgenoot dat het gezamenlijke inkomen hoger was dan de grenswaarde, waardoor belanghebbende geen recht had op de heffingskorting. De Inspecteur vorderde de heffingskorting terug bij de definitieve aanslag.
Belanghebbende voerde aan dat zij vertrouwde op het aangifteprogramma en dat de Belastingdienst met ingang van 2011 het programma had aangepast om dergelijke fouten te voorkomen. Dit werd door de Inspecteur betwist. De rechtbank oordeelde dat een voorlopige aanslag slechts een voorschot is en dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor de juiste gegevens. Er was geen sprake van een door de Inspecteur gewekt vertrouwen omdat de voorlopige aanslag werd gebaseerd op door belanghebbende ingevulde gegevens.
Het hof onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat de terugvordering terecht was. Ook het argument dat belanghebbende niet in staat zou zijn de aanslag te betalen, kon niet leiden tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de heffingskorting bevestigd.