ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8607
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- M. van Ham
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietig ontslag op staande voet en loonvordering
In deze zaak staat centraal of het ontslag op staande voet van [geintimeerde] door Radium Foam terecht is gegeven wegens een dringende reden. Radium Foam stelde dat [geintimeerde] bedrijfseigendommen, een schaar en leren houder, zonder toestemming aan een uitzendkracht had verkocht voor € 10,--, wat een dringende reden zou vormen voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter had Radium Foam opgedragen bewijs te leveren voor deze dringende reden. Na bewijslevering oordeelde de kantonrechter dat Radium Foam niet in haar bewijs was geslaagd. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de verklaringen van de uitzendkracht, die stelde de schaar te hebben gekregen en niet gekocht, doorslaggevend waren. Radium Foam had onvoldoende onderzoek gedaan, zoals het niet horen van de uitzendkracht voorafgaand aan het ontslag.
Daarnaast was [geintimeerde] bereid zijn werkzaamheden voort te zetten en had hij zijn loonvordering aanvankelijk beperkt tot 1 september 2011 toen hij elders een tijdelijke baan vond. Het hof oordeelt dat Radium Foam uit die gedragingen mocht afleiden dat het dienstverband daarna feitelijk was beëindigd, waardoor de loonvordering na die datum niet toewijsbaar is.
Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen die Radium Foam veroordeelden tot doorbetaling van loon over de periode van 14 oktober 2010 tot 1 september 2011 en wijst de overige vorderingen af. Radium Foam wordt veroordeeld in de proceskosten van het principaal appel en [geintimeerde] in die van het incidenteel appel.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet bewezen; Radium Foam moet loon doorbetalen tot 1 september 2011.