ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7787
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- S. Riemens
- C.W.T. Vriezen
- Th. Groenewald
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot vernietiging effectenlease-overeenkomsten door niet handelende echtgenoot
In deze zaak staat centraal de vraag of de vordering tot vernietiging van effectenlease-overeenkomsten door de niet handelende echtgenoot is verjaard. De echtgenoot van appellante had bij brief van 13 februari 2003 de vernietiging van meerdere overeenkomsten ingeroepen op grond van artikel 1:88 jo Pro 1:89 BW, omdat hij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan daarvan.
Dexia stelde dat de vordering verjaard was omdat de niet handelende echtgenoot meer dan drie jaar voor de vernietigingsbrief bekend was met het bestaan van de overeenkomsten. Dexia baseerde dit onder meer op betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening en telefoongesprekken met appellante en haar ex-echtgenoot.
Appellante betwistte dat haar ex-echtgenoot eerder dan de zomer van 2002 bekend was met de overeenkomsten en voerde aan dat hij geen inzage had in de gezamenlijke rekening. Het hof oordeelde dat appellante het verjaringsverweer gemotiveerd heeft betwist, waardoor Dexia de bewijslast draagt. Het hof acht het voorstelbaar dat de niet handelende echtgenoot pas in de zomer van 2002 geïnformeerd werd. Dexia wordt toegelaten tot bewijslevering, waaronder getuigenverhoor.
Daarnaast behandelde het hof de hoofdsom, wettelijke rente, dividenden en buitengerechtelijke kosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen tot €1.190,00 indien de hoofdsom wordt toegewezen. De verdere behandeling van de grieven wordt aangehouden in afwachting van het bewijs. Het hof bepaalt nadere procedurele stappen voor het bewijsverhoor.
Uitkomst: Het hof staat Dexia toe bewijs te leveren over de bekendheid van de niet handelende echtgenoot en houdt verdere beslissing aan.