ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7076
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling familiaal verschoningsrecht van getuige in arbeidsgeschil met BV
In deze civiele procedure staat centraal of een getuige, die de zwager is van de statutair directeur van de betrokken BV, een familiaal verschoningsrecht toekomt volgens artikel 165 lid 2 sub a Rv Pro. De appellant, een tandarts, vordert onder meer de nietigheid van een arbeidsovereenkomst en betaling van loon, terwijl de geïntimeerde CVT terugbetaling van te veel betaald loon vordert.
De kantonrechter had eerder vastgesteld dat de statutair directeur als materiële partij moet worden beschouwd, en dat de echtgenote en de zwager van deze directeur een beroep kunnen doen op het verschoningsrecht. De appellant betwistte dit, stellende dat alleen formele procespartijen dit recht kunnen inroepen en dat het verschoningsrecht slechts naar analogie geldt.
Het hof oordeelt dat het begrip partij in artikel 165 lid 2 sub a Rv Pro niet beperkt is tot formele procespartijen, maar ook materiële partijen omvat. Het familiaal verschoningsrecht geldt rechtstreeks en hoeft niet te worden beperkt door een beoordeling van de mate van verwantschap of contact. De betwisting van het huwelijk tussen de echtgenote en de directeur wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep, waarbij het familiaal verschoningsrecht van de getuige wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het familiaal verschoningsrecht aan de getuige toekent en veroordeelt appellant in de proceskosten.