ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0885
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over functiewaardering en loonvordering in kappersbedrijf
In deze zaak vordert de werknemer betaling van achterstallig loon, gebaseerd op functiewaardering volgens de cao voor het kappersbedrijf. De werkgever heeft nagelaten om tijdig schriftelijke indelingsbesluiten te verstrekken, waardoor de werknemer niet de mogelijkheid had bezwaar te maken bij de landelijke indelingscommissie (LIC).
De arbeidsovereenkomst vermeldde geen functie, en de loonstroken gaven een lagere functie aan dan de werknemer feitelijk vervulde. Het hof oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft gesteld welke werkzaamheden de werknemer verrichtte en in welke frequentie, waardoor de stelplicht bij de werkgever is komen te rusten. De grieven van de werkgever worden afgewezen, behalve de matiging van de wettelijke verhoging.
Het hof matigt de wettelijke verhoging tot 15%, rekening houdend met de omvang van de vordering, de omstandigheden van de werkgever als kleine zelfstandige en het late tijdstip waarop de functie-indeling aan de orde werd gesteld. Het vonnis van de kantonrechter wordt verder bekrachtigd, met uitzondering van de veroordeling tot betaling van de wettelijke verhoging die wordt aangepast.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter met matiging van de wettelijke verhoging tot 15% en veroordeelt de werkgever tot betaling van € 2.525,76 aan wettelijke verhoging.